Naaste: In de regelstand

Naasten

Hij zit in Polen als hij in 2012 het bericht krijgt dat zijn moeder met spoed is opgenomen. Het is kerstavond. Tsjerk (40), naaste: ‘Als gevolg van een aanrijding had ze al jaren last van haar rug. Maar ze is een bikkel en trekt niet snel aan de bel. In 2010 ging ze met haar motor onderuit, brak een paar ribben en reed ruim 1000 kilometer naar huis. Toen ze in het voorjaar van 2012 weer pijn in haar rug kreeg en fysiotherapie niet hielp, ging ze toch maar naar de dokter. Na van het kastje naar de muur te zijn gestuurd volgde een spoedopname. Het bleek multipel myeloom, de ziekte van Kahler te zijn.’

Foto: Jetty Roedema

We zijn nu acht jaar verder en in het kader van de maand van het multipel myeloom zoek ik Tsjerk op in Scheveningen. Zijn 10 maanden oude dochter speelt in een provisorisch gemaakte box, zijn vrouw zit in de slaapkamer achter de laptop. De tweede slaapkamer dient als opslag voor zijn bedrijf. Met een brede grijns geeft hij uitleg. ‘Ik koop en verkoop oud speelgoed aan mannen van middelbare leeftijd die in een midlifecrisis zitten en hun jeugd opnieuw willen beleven. Het gaat de hele wereld over.’

Met zijn moeder (71) gaat het naar omstandigheden goed en Tsjerk, de jongste in het gezin, steunt haar waar mogelijk. Het begon met een zoektocht naar het beste ziekenhuis. Eenmaal daar kreeg zijn moeder chemotherapie en een autologe stamceltransplantatie. Helaas sloeg de transplantatie niet aan en was de Kahler na vijf maanden weer actief. Ze wilde niet meer aan de chemo en ging over op de immunotherapie. Naast allerlei andere gevolgen van ziekte en behandeling belandde ze in 2018 met een longinfectie op de IC, is ze 11 centimeter kleiner geworden en slikt ze pijnstillers. Vijf maanden geleden kreeg Tsjerks vader (78), die de afgelopen jaren mantelzorger van zijn moeder was, een herseninfarct. Met als gevolg dat ook hij moet revalideren. Twee ouders in zorg dus!

Tsjerk doet vrijwel alle regelzaken en overlegt met artsen, therapeuten en zorgverzekeraars. Hij belt zijn ouders elke dag en rijdt wekelijks 90 kilometer op en neer om hen te kunnen bezoeken. ‘Mijn ouders zijn heel zelfstandige mensen, maar hebben toch ondersteuning nodig. Ook mijn twee zussen doen wat ze kunnen’, benadrukt hij. ‘We dragen allemaal op onze eigen manier ons steentje bij.’

Als geen ander beseft hij dat zijn steen tot een kei is uitgegroeid. ‘Ik ben nu eenmaal een superregelaar’, zegt hij. ‘Bovendien vind ik het heel verdrietig om hen zo te zien. En dan te bedenken dat mijn vader en ik kortgeleden nog samen een motortochtje naar Friesland hebben gemaakt.

Ik probeer mijn ouders aan alle kanten te ontzorgen, maar voel ook dat ik goed op mijzelf moet letten. Het koord waar ik op loop is smal. Gelukkig kan ik door mijn bedrijf af en toe een stap terug doen. En ik ben ontzettend blij met mijn gezin en vrienden. Zij zijn een geweldig vangnet.’

Als laatste vraag ik om een tip. Ik krijg er vier. ‘Draai niet om de zaken heen, zorg dat het leven doorgaat, behoud je humor en de belangrijkste: vraag ook eens aan de naaste hoe het met hem of haar is!’

Foto: Jetty Roedema

Auteur: Nel Kleverlaan

Hulp vragen, hulp krijgen

Krijgt iemand kanker, dan staat zijn leven op z’n kop. Ook bij de dagelijkse dingen gaat niet alles meer vanzelf, zeker in coronatijd. Als naaste: partner, familie, vriend of kennis kan je hierin veel steun bieden. Om je op weg te helpen volgen hier tips. Voor iedere dag een tip.

Lees hier verder